Rasbeschrijving
De Berner Sennen hond werd van oorsprong in de omgeving van Bern (Zwitserland) als boerderijhond gebruikt, tegenwoordig is deze hond een populaire huisvriend. De Berner Sennen is de bekendste van de vier Zwitserse berghonden (Appenzeller, Entlebucher en Grote Zwitserse Sennen hond). De Berner Sennen is erg gemakkelijk in omgang met mensen, kinderen en dieren. Tevens is hij aanhankelijk en goed af te richten.
Kenmerken
Gebruik |
oorspronkelijk waak-, drijf- en tuighond op de boerderijen in het kanton Bern, tegenwoordig ook familie- en veelzijdige werkhond. |
|
Algemeen beeld |
langharig, driekleurig. Meer dan middelgrote, krachtige en beweeglijke gebruikshond met stevige ledematen. |
|
Lichaamsverhouding |
verhouding tussen schofthoogte en lichaamslengte ca. 9 : 10, eerder gedrongen dan lang. |
|
Karakter en gedrag |
zeker, opmerkzaam, waakzaam en onbevreesd in alledaagse situaties, goedmoedig en aanhankelijk in de omgang met vertrouwde personen, zelfverzekerd en vriendelijk tegenover vreemden, gemiddeld temperament, volgzaam. |
|
Hoofd |
krachtig; schedel zowel in zij- als in vooraanzicht gezien zeer licht gewelfd; zeer duidelijk, doch niet te sterke stop, weinig ontwikkelde voorhoofdgroef; krachtige, middellange, rechte snuit. |
|
Neusspiegel |
zwart |
|
Lippen |
weinig ontwikkeld en aansluitend, zwart. |
|
Gebit |
volledig, krachtig schaargebit. |
|
Ogen |
donkerbruin, amandelvormig, met goed aansluitende oogleden. |
|
Oren |
driehoekig, licht afgerond, hoog aangezet, middelgroot, in rust vlak aanliggend. |
|
Hals |
krachtig, gespierd, middellang. |
|
Lichaam |
krachtig, compact. |
|
Borst |
tot aan de elleboog reikend, breed, met duidelijke voorborst; borstkas van breed -ovale doorsnee. |
|
Rug |
vast en recht. |
|
Lendenpartij |
breed en krachtig. |
|
Kruis |
vloeiend afgerond. |
|
Buik |
niet opgetrokken. |
|
Staart |
dichtbehaard, minstens tot het spronggewricht reikend, in rust hangend, in de beweging zwevend op rughoogte gedragen, of licht daarboven. |
|
Voorhand |
Algemeen |
|
Achterhand |
Algemeen |
|
Beharing |
Vachtstructuur |
|
|
zuivere, witte, symmetrische hoofdaftekening. De bles verbreedt zich naar de neus toe aan beide zijden tot een witte snuitaftekening. De bles mag niet tot aan de vlekken boven de ogen reiken en de witte snuitaftekening, hoogstens tot aan de mondhoeken. |
|
|
witte, matig brede, doorlopende hals- en borstaftekening. |
|
|
gewenst: witte voeten, witte staartpunt. |
|
|
toegestaan: kleine witte nekvlek. |
|
Grootte |
|
Reuen |
|
Teven |
|